De Nachtegaal

Er is een mooi sprookje van Andersen, dat ‘De Nachtegaal’ heet. De essentie van het verhaal is onze neiging om dat wat mooi is en ons verwondert, te willen beheersen. De nachtegaal in het verhaal wordt ontdekt in het bos, waar hij vrij kan zingen. De keizer vindt hem zo mooi zingen dat hij hem naar het paleis haalt. Dat is de eerste misser, want dan klinkt de zang minder en geforceerd. En dan wordt er een mechanische nachtegaal gemaakt, die veel mooier versierd is dan de gewone vogel met zijn bruine tinten. Hij schittert van de diamanten en je kan hem laten zingen wanneer je maar wil. Je hoeft hem alleen maar op te winden. Hoe mooi wil je het hebben…

In de christelijke kerk gaat het soms ook zo; dat wat ons ten diepste raakt en verwondert, is niet te reproduceren op commando. Dat proberen we soms wel, en dan proberen we de situatie zo te creëren dat we opnieuw iets kunnen voelen van dat wonderlijke, mooie, onroerende moment waarop we God dichtbij hebben gevoeld. We zingen op de zondag de liederen die we op de conferentie ook zongen, we proberen de muziek net zo indringend te laten klinken, en de spreker wordt uitgedaagd om ‘ons te raken’ en daarop afgerekend. En de gebedsgroep of ministry-teams na afloop zoeken naar de juiste woorden. Of misschien wat klassieker; de organist speelt de sterren van de hemel, met alle registers open. Maar we blijven iets missen, en zeggen tegen elkaar; het is een mooie dienst, maar toch missen we ‘iets’, ook al kunnen we niet goed onder woorden brengen wat we missen. We mopperen op de voorganger, die ‘het‘ net niet heeft. Of we zoeken naar een andere gemeente waar we hopen dat ‘het’ er wel is.

In het verhaal van de nachtegaal vertrekt de nachtegaal naar verre streken in reactie op zijn mechanische vervanger. En het zingen van de mechanische nachtegaal komt tot stilstand door slijtage. En zo komt het verhaal tot een eind, en de keizer krijgt de dood in eigen persoon op bezoek, die hem komt ophalen. De nagemaakte nachtegaal ligt dan allang vergeten in de hoek; hij mist duidelijk ‘iets’.

We kunnen niet de diepe innerlijke ervaring van Gods aanwezigheid buiten onszelf zoeken. De ervaring die we een keer hebben gehad, of die we nog steeds zoeken, kan niet worden geforceerd of afgedwongen. Natuurlijk is het prima om na te denken over de vorm van de eredienst, samenkomst of van het gebedsmoment. En natuurlijk doen we ons best om dat zorgvuldig te doen en daar ruimte te maken voor Gods aanwezigheid. En een organist een goede cursus geven heeft echt wel zin.  Maar we kunnen onszelf wel opwinden, maar God is niet ‘opwindbaar’.

De nachtegaal zingt wanneer hij wil, en dat is in de nacht… Als hij onzichtbaar en diep in het bos verborgen is, zingt hij geheel onverwachts helder en zuiver zijn lied. De keizer leeft er van op, en de dood houdt het voor gezien. De nachtegaal heeft een boodschap voor de keizer; ‘Vertel aan niemand dat ge een kleine vogel hebt, die u alles zegt, en het zal u nog beter gaan’.

De ervaring van God in ons leven is verborgen en onzichtbaar. God zingt zijn levenslied in ons vaak in de nacht en vanuit de duistere bos. Zijn lied is niet op te roepen, niet te forceren. Ook niet op de momenten die wij willen. Het lied van God dat in ons leven kan klinken, komt tot ons onverdiend, en onverwacht, als een nachtegaal die in de nacht zingt. Het gesprek daarover is kwetsbaar en vaak moeizaam te voeren. Wat ons werkelijk in leven houdt en wat leven brengt in ons kwetsbaar bestaan is maar moeilijk onder woorden te brengen. Het heeft iets met liefde te maken; zo schrijft Paulus. ‘had ik de liefde niet, ik zou niets zijn’.  

Als werker in de kerk herken ik de neiging om te forceren. Je wilt dringend iets overdragen van de hoop die in je leeft, van je overtuiging dat God er wel degelijk is, en van de waarde van de christelijke levensweg en zijn kerk. Maar na al die jaren ontdek ik steeds vaker, dat ik ook de neiging heb om ‘mechanisch’ te denken. Dat ik denk; ‘als ik dit doe, dan gebeurt het wel’, is als vertrouwen op een opwindbare mechanische nachtegaal. Het is de klinkende cymbaal waar Paulus over spreekt. De rust hebben en het geduld opbrengen om te wachten totdat Hij zich als vanzelf aandient, dat blijf ik een lastige taak vinden. God werkelijk ervaren is een mysterie, het is als het horen van een nachtegaal in het nachtelijke donkere bos, als alle andere stemmen verstommen.

De Liefde zingt zijn eigen lied, en het is mijn enige taak om mijn oor te luisteren te leggen, daar waar het donker en nacht is, om Hem te horen zingen. Samen met anderen te luisteren en elkaar te helpen stil te worden, geduld te hebben en te blijven uitzien met gespitste oren . God als nachtegaal is een helpende metafoor voor het geheim van de Liefde die alle verstand te boven gaat.

Deze blog is geschreven door ons lid Erik Smit, op persoonlijke titel. Vragen en opmerkingen over deze blog worden doorgestuurd naar de schrijver.